
dinsdag 22 juni 2010
Vurige ode aan de vriendschap

maandag 14 december 2009
Finse dwerg vloert metalgigant
Met Keelhaul en Isis op één affiche deed het voormalige Hof Ter Lo zijn aloude reputatie van metaltempel weer alle eer aan. Maar als vreemde eend in de bijt tussen de stonerriffs van de eerste band en de ingenieuze postmetal van Isis, gooide vooral Circle hoge ogen met een volstrekt compromisloze rockshow. En zo won de dwerg uit het Finse dorpje Pori het pleit van de metalgigant uit Boston.
Het zal je maar overkomen. Je kwijlt al weken bij de gedachte aan de ultieme rockavond alleen. Tot je de Trix Zaal nadert en tot je grote frustratie moet vaststellen dat ook de fans van Clouseau op de baan zijn die dag. Met de tanden in het stuur voelen we het optreden van Keelhaul door onze vingers glippen. Eenmaal gekalmeerd, wachten we gespannen en met het notaboekje in de aanslag op Circle.
En vanuit het niets staat het bizarre Scandinavische viertal plots op het podium. We denken terug aan de surrealistische show die Circle speelde op 'Etoiles Polaires' in de Vooruit in 2007. Maar mythisch als die belevenis in onze herinnering is, toch vallen we ook nu weer van de ene verbazing in de andere.
Heel wat Isisfans kijken bedenkelijk naar die vier vreemde snuiters, die snoeiharde punk, pyschedelische grooves, loodzware maar speelse metal, synthtapijten en herfstige ambient tot een in wezen onbeschrijflijk geheel versmelten.
Zanger Mika Rätto wentelt zich verkleed als SM-matroos in de meest ondenkbare posities, laat zich onthoofden door de bas van stichtend lid Jussi Lehtisalo en schreeuwt zich met zijn operatische stem de ziel uit het lijf. Als geen ander zet Circle ook deze keer het klassieke rockoptreden op de helling en de energie die de band de zaal in stuurt, krijgt geen windmolenpark in de Noordzee opgewekt.
Isis, voorspelbare aanslag op de uithouding
Het surreële en het onvoorspelbare van Circle komen met Isis echter abrupt tot een einde. De pioniers van de postmetal spelen nochtans op het scherp van de snede, maar wel in een vrij geformatteerde set die visueel nauwelijks weet te prikkelen. Even is het fijn om door de woeste riff van Hall Of The Dead met de neus tegen de harde realiteit gesmakt te worden. Maar het ondraaglijke geluid doet ons noodgedwongen naar de achterste rijen verhuizen.
Vanop afstand zijn we getuige van een meer dan overtuigende show met een geluidsmix die ondanks het loeiharde volume nog opvallend genuanceerd is. De nummers van de sublieme nieuwe plaat ‘Wavering Radiant’ schitteren als geen ander en de typische momenten waarop Isis de spanning opdrijft om vervolgens alles te laten samensmelten, blijken live even goed georchestreerd als op plaat.
Isis doet echter zwaar beroep op het uithoudingsvermogen. Terwijl Circle wist te bereiken dat we na het optreden nog minutenlang stonden te trillen op onze benen en onze tanden bloot lachten bij de herinnering alleen, komt Isis met een meer dan degelijke set niet verder dan een drietal kippenvelmomenten. Het is misschien een boude bewering maar de Finse kaleidoscoop was een passender sluitstuk voor de avond geweest. Helaas laat de resonantie van de naam Isis zoiets niet toe.
Eerder verschenen op http://www.damusic.be/live/isis-circle-keelhaul/finse-dwerg-vloert-metalgigant#comment-22377
zondag 8 november 2009
Oceansize - Gewapend voor hoofdstuk twee
Ransoms ('10)Legal Teens ('09)
Paper Champion
Build Us A Rocket Then, You Rocket Building Cunt ('10)
Steven's Head ('10)
You Can't Keep a Bad Man Down
Home & Minor ('09)
It's My Tale ('10)
? ('10)
Meredith (Bis #1)
Wie op tijd ter plaatse was, moest echter eerst het weinig overtuigende voorprogramma van The Worldonfire uitzitten, een gezichtloze, Londense band die zich het best laat omschrijven als een doorslagje van The Fall Of Troy. Op enkele ingenieuze drumpartijen na, slaagde de band er nergens in zijn megalomane naam eer aan te doen. “Wat een stelletje posers”, hoorden we iemand in het publiek zeggen. De waarheid kan hard zijn.
Een tegenvallend voorprogramma heeft gelukkig één positief effect: de kwaliteiten van de hoofdact komen er alleen maar beter door uit de verf. Zo geschiedde ook in de Vaartkapoen. Hoewel de geluidsmix – met name het volume van de microfoon van zanger-gitarist Mike Vennart –, niet altijd optimaal was, maakte Oceansize een onuitwisbare indruk met weidse composities en een verbluffende interactie.
Progressive Death Indie
Het was evenwel niet allemaal “Progressive Death Indie” – zoals de groep zichzelf graag omschrijft – wat de klok sloeg. Zo werden van de nieuwe EP het rustig voortkabbelende Home & Minor en het verfrissende Legal Teens gespeeld. Met Ransoms nam de band zelfs de gewaagde gok om zijn set te beginnen met een nummer van de vooralsnog titelloze nieuwe plaat.
De setlist bleek uiteindelijk voor de helft opgetrokken uit nieuw materiaal (zij het van de reeds uitgebrachte EP, zij het van de nieuwe plaat, die verschijnt in 2010). Naar topnummers als Catalyst, Ornament, en Trail Of Fire konden we fluiten, maar verschroeiende versies van Unfamiliar, A Homage To Shame en Massive Bereavement zorgden voor een positieve balans.
Niet iedereen zal de hoge dosis nieuw werk gewaardeerd hebben, maar het viel niet te ontkennen dat een nagelnieuwe song als Build Us A Rocket Then, You Rocket Building Cunt nu al kan wedijveren met het meest snedige werk uit Oceansize’s discografie. Andere nummers lieten zich minder makkelijk vatten, maar de ervaring leert dat we ons daarover nog geen zorgen moeten maken.
Het Engelse kwintet schitterde zelfverzekerder dan ooit en speelde nu eens indrukwekkend statisch op een lijn om het volgende ogenblik helemaal loos te gaan. Wat nog maar eens opviel, was de vernieuwende manier waarop Oceansize vaak tot drie gitaarpartijen ineenvlecht. Tegelijk werd ons op het hart gedrukt dat de mannen nog niets aan creativiteit en discipline hebben ingeboet. Met hoge verwachtingen wordt het nu uitkijken naar die nieuwe plaat.
Eerder verschenen op:
maandag 2 november 2009
Lego, Andersen en... Mew
Introducing Palace PlayersShe Spider
Circuitry of the Wolf
Chinaberry Tree
Am I Wry? No
156
White Lips Kissed
Sometimes Life Isn’t Easy
Silas The Magic Car
Hawaii
Saviours of Jazz Ballet
Snow Brigade
Special (Bis #1)
Zookeeper’s Boy
Comforting Sounds (Bis #2)
Er al eens over nagedacht hoe u invulling zou geven aan uw ultieme Deense namiddag? Ik zou het hele oeuvre van Mew door de boxen jagen, mezelf te goed doen aan Royal Dansk-boterkoekjes, bloemlezen uit het werk van Andersen en – for old times sake – een Vikingeskib bouwen met Lego. Zeker wat muziek betreft is Mew al een tijdje Denemarkens meest gewaardeerde exportproduct, al lijkt de band nog altijd door heel wat potentiële fans schromelijk over het hoofd gezien. Toch werden de Deense artpoppers in de Orangerie (Botanique, Brussel) door een aardige menigte opgewacht, waar ze na vijf steengoede platen ook wel recht op hebben.
It can be done
Wie de voorbije jaren betoverd werd door het Scandinavische vakmanschap van platen als ‘Frengers’, ‘And The Glass Handed Kites…’ en het nu al onverwoestbare ‘No More Stories’, kon niet anders dan met torenhoge verwachtingen afzakken naar de Brusselse Kruidtuin. Houdt de wonderlijke stem van Jonas Bjerre ook stand op een podium? Werkt de rijkelijk gevulde, maar vederlichte productie van de albums ook in een livesetting? Enkele schoonheidsfoutjes niet te na gesproken, konden we alleen maar besluiten: Yes, it can be done!
Bij Mew denken we spontaan aan eigenzinnige pop, bizarre ritmiek en een magisch sfeertje, een geheim recept dat Mew ook tijdens liveshows met veel zorg bereidt. Improvisatie werd daarbij misschien tot een minimum beperkt, maar als tegenprestatie gaf de band alle nummers vlekkeloos en met duidelijke overgave ten beste. Met een ultrafunky Special, de venijnig tegen elkaar opbiedende gitaren in Circuitry of the Wolf en de schitterende herwerkte versie van 156 had Mew zelfs een paar regelrechte verrassingen in petto. Verbazingwekkende visuals (denk onder meer aan vioolspelende katten en dansende hertenskeletten) zetten de macabere gloed van de muziek extra in de verf.
Denmark’s finest
Vooral uit ‘And The Glass Handed Kites…’ werd uitvoerig geput. Een uitstekende plaat natuurlijk, maar als we tussen alle briljantie door toch een minpuntje mogen formuleren, dan is het wel dat ‘No More Stories’ te veel wereldnummers bevat om van secundair belang te zijn in een setlist. Vergeefs wachtten we op Repeaterbearer, Tricks of the Trade en Vaccine. Sometimes Life Isn’t Easy en Introducing Palace Players, ook nieuwe nummers, zorgden voor absolute hoogtepunten. Er zat dus misschien nog net ietsje meer in.
Overigens zelden zo’n straffe concertopbouw gezien als zondag in de Botanique. Er werd mooi afgewisseld tussen blokken nieuwe en oudere muziek en nummers die op plaat samen horen, werden ook live netjes bijeengehouden. Bovendien bleek de epische coda van Comforting Sounds (in de tweede bisronde) de perfecte uitloper voor een memorabele avond. Zanger Bjerre bleef meer dan stoïcijns bij zijn eigen prestatie. Vrijwel bewegingloos en schijnbaar schuchter, maar tegelijk mysterieus en charismatisch imponeerde hij nog het meest met zijn fantasierijke zanglijnen. En zo kwam Mew in Brussel tonen wie Denmark’s finest is. Wij durven dan ook sterk te betwijfelen dat er überhaupt iemand na de show zijn entreegeld is komen terugvragen.
dinsdag 20 oktober 2009
Porcupine Tree - Van gestolen harten en ontwrichte ruggenwervels (PT@AB)
Porcupine Tree en Robert Fripp, stichter van King Crimson en peetvader van de prog, op één affiche. Het is al vaker voorgevallen, maar nog nooit eerder in de Brusselse AB. Wie erbij was, kon alleen maar besluiten dat niemand meer dan Porcupine Tree aanspraak maakt op de titel van hedendaagse King Crimson. In een notendop: grensverleggend, scherp, visionair. Dat is de tijdloze indruk van een niet geheel foutloos totaalspektakel.
Als support act stond Robert Fripp een beetje in de schaduw van de muziek die hij zelf heeft groot gemaakt. Hoewel het ontzag vanuit de zaal duidelijk voelbaar was, hadden Fripps golvende soundscapes vooral het effect van een wiegeliedje. Los van de mening dat niemand een genie als hem moet onderbreken, konden wij de man die luidkeels om King Crimson schreeuwde niet helemaal ongelijk geven.
Was Fripps bijdrage een slaapmiddel, dan was Porcupine Tree een wekker van het soort dat je ogen en oren meteen wijd openspert. De snoeiharde openingsakkoorden van de nagelnieuwe suite ‘The Incident’ – de nieuwe cd die integraal het eerste deel van de show uitmaakte – waren zelfs ronduit angstaanjagend.
Tijdens de volgende vijfenvijftig minuten knepen we onszelf meer dan eens in de wang. Maar die opeenvolging van hoogtepunten was wel degelijk echt. Voorman Steven Wilson het autobiografische epos Time Flies zien inzetten, alleen in de schijnwerper, veroorzaakte een anders zeldzame siddering over onze rug. Net als de meeste andere deeltjes van ‘The Incident’ werd Time Flies – in akelig perfecte synchronisatie – begeleid door bedwelmende beelden.
Klassieker in wording
Porcupine Tree week weinig af van de studioversies, wat in hun geval bezwaarlijk een punt van kritiek kan zijn. De uitgebalanceerde afwisseling tussen minutieus georchestreerde pop en eigenzinnige doemrock bleek op zichzelf al meer dan bloedstollend genoeg. Na het eerste deel meenden we dan ook getuige te zijn geweest van een goddelijke openbaring: ‘The Incident’ is een klassieker in wording.
Tijdens het tweede deel hielden Wilson en de zijnen een verrassende lezing uit vroeger werk, waarbij vooral de afgestofte insiderhit Stars Die in de smaak viel. Remember Me Lover liet daarentegen de Porcupine Tree van de toekomst horen. Dat Strip The Soul het zonder climax moest stellen, was even moeilijk te vergeven. Maar de ongekend gedreven versie van het afsluitende lijflied Trains duwde die smet snel de vergetelheid in.
Akkoord, een technische storing ontsierde het eerste deel en de band speelde misschien één fout te veel. Maar dat deerde niet, want elke kleine misser werd met een verhoogde dosis bezieling gecounterd. Her en der in de zaal werden ruggenwervels ontwricht en harten gestolen. Net als in de hoogdagen van King Crimson. In de AB werd de fakkel voorgoed doorgegeven.
Eerder verschenen op http://www.damusic.be/live/porcupine-tree/van-gestolen-harten-en-ontwrichte-ruggenwervels
maandag 5 oktober 2009
The Asshole from El Passo in Eeklo!
De Kinkster choqueerde in de jaren zeventig zowat heel puriteins Amerika met nummers als They Ain’t Making Jews Like Jesus Anymore. Dat die conservatievelingen de echte boodschap maar halvelings begrepen, zal wel niet verbazen. Toch was en ís Friedman mogelijk de meest maatschappijkritische redneck die de cowboystaat rijk is.
Op dit moment voert hij zelfs campagne om in 2010 tot gouverneur van Texas verkozen te worden. En laten we eerlijk zijn, een zingende cowboy die gouverneur wordt van Texas is nog altijd veel geloofwaardiger dan een Oostenrijkse actieheld die aan de leiding komt te staan van California (en nog altijd met een Germaanse accenten spreekt). In Eeklo hield Friedman alvast een even vurig als ontroerend pleidooi voor de afschaffing van de doodstraf in Texas.
Naar eigen zeggen is Kinky ook de enige kandidaat die voorstander is van het homohuwelijk, “because everyone should have the right to be as miserable as we are”. Maar achter de grapjes schuilt zonder twijfel een programma dat serieus genomen wil worden. Tips voor seks met dieren leerde hij dan weer van vriend Willie Nelson: "If you're going to have sex with an animal, make it a horse, that way if it doesn't work out, at least you've got a ride home."
Uiteraard werd er ook uitgebreid gemusiceerd. Vaak met satirische nummers als Sold American en Before All Hell Breaks Loose, maar ook met gevoelige songs als Marilyn and Joe (over de relatie tussen Marilyn Monroe en baseballheld Joe DiMaggio) en geleende klassiekers als Pretty Boy Floyd (Woody Guthrie), The Ballad of Ira Hayes (o.a. Johnny Cash) en Jambalaya (Hank Williams).
“Burning their fields”
Kinky werd bijgestaan door fellow Jew Boys Ratso en Little Jewford. Die laatste, de hofnar van het gezelschap, produceert een stemgeluid dat iets wegheeft van Principal Skinner (uit The Simpsons) en van Don LaFontaine zaliger, die ontelbare voice-overs van filmtrailers insprak en steeds begon met “In a world…” Een betere sidekick voor de sardonische Asshole from El Passo, zoals Friedman ooit gedoopt werd, is nauwelijks denkbaar.
Nog ondenkbaarder is een Kinky zonder sigaar. Voor, na en tijdens het optreden verscheen hij dan ook met een Cubaanse motherfucker van de dikste soort. De stap van sigaar naar Bill Clinton, toevallig een fan van Friedman, is daarentegen erg klein. De vreemde omgang met sigaren die de president er op nahield neemt tegenwoordig haast mythische proporties aan.
Kinky kon het dan ook niet laten om hem ooit en plein public een Cubaanse sigaar, tot nader order verboden op Amerikaans grondgebied, cadeau te doen (“Mr. President, I want you to have this”). De Texas Jewboy raakte er mee weg door de illegale rookwaren te voorzien van een gewiekste verpakking: “Don’t think of it as supporting their economy, think of it as burning their fields.” Clinton content, Kinky content en ook wij content. Effenaf!